dinsdag 29 oktober 2013

Terhorne Waterdropping


"Heeft iemand ons al opgegeven voor vanavond?", roept Kees slaperig terwijl hij zijn eerste loopje van de dag naar het sanitair maakt. Bij de washokken klit de jeugd al bijelkaar, toilettassen onder de arm en de haren gekamd. Donderdags, vaste prik, dan begon de middag met de zeilwedstrijd van de plaatselijke vereniging 'Onder Ons". 
Om kwart over 1 gingen we met man en macht het water op,  om half 2 banenkaart halen op het kleine padvinderseiland en dan rond twee uur concentratie voor de start. Na afloop van de wedstrijd was het vaak prijsjes incasseren en dan hup terug naar de camping waar we ons gingen voorbereiden op de wekelijkse waterdropping.  Een aantal oude vissers was gezwicht onder onze druk en stond in de zomervakantie elke donderdag hun groene ijzeren visbootjes aan ons af. Als we boten hadden geregeld kwam de indeling aan bod. Meestal kozen we voor 2 jongens, 2 meisjes per boot. Iedereen leverde wat voor 'onderweg' waarbij het de kunst was om naast de cola en de chips stiekem een fles drank te ritselen  (ik kan me die fles bessen nog herinneren...). Als het schemerig werd peddelden we naar het dorp met de geleende visbootjes en legden ze vast achter de praam 'De koumelker" om vervolgens zelf onder het donkere zeil te duiken, terwijl onze ouders zich roezemoezerig verzamelden op de brug. Als de schipper het tijd achtte gooide hij de trossen los en voer, met ons onder het zeil en een tiental kabbelende en klotsende visbootjes in zijn kielzog, het dorp uit om ons na een uur ergens in een willekeurige vaart midden tussen de weilanden te droppen. Eenmaal onder het zeil vandaan begon het grote orienteren.
Aangezien we de poelen en slootjes in de omgeving van Terhorne op ons duimpje kenden, waren een paar herkenningspunten voldoende . "Jongens waar is de UTD van Akkrum?", en "wie ziet de lampjes van de Heerenzijlse brug?" waren de vaste vragen. Als dat was uitgevlooid wisten we waar we ons globaal bevonden en kon de race beginnen. Eerlijk is eerlijk, de jongens waren meer van het roeien, als wij eens de peddels ter hand namen was het vaak "goh, volgens mij roei je nu al voor de tweede keer om het rieteiland heen, Annet". 
Onderweg probeerde je zo stil mogelijk te zijn, maar dat lukte niet altijd op het water, helemaal niet als de drankfles een paar keer was rondgegaan...
Als dan na een uur of twee roeien de steiger werd aangetikt, was het zaak met een peddel over je schouder zo snel mogelijk bij de Buorderij te komen en dan maar hopen dat je de eerste was.
De dampende erwtensoep die steevast voor ons klaar stond, "jullie zullen het wel koud hebben..", sloegen we vaak over,.... we waren immers al warm genoeg geworden van het illegaal meegebrachte vocht .....   

 
       

Geen opmerkingen:

Een reactie posten