dinsdag 29 juli 2014

De kinderen van je kind (Mieke 2014)



"Mam, ik maak even een foto. Jij, met Megan en Jamie. Jaha, je haar zit goed".
Het is zaterdagmiddag half 5, er staat een licht briesje en we varen een sloeprondje in Lemmer waar mijn zusje met haar gezin 1 keer per jaar neerstrijkt. Huizen met open ramen, terrassen met spelende kinderen en loom kabbelende boten aan aanlegsteigers trekken aan ons voorbij. Terwijl Ken achter het stuur staat, Valerie met de hapjes rondgaat, ondertussen drankjes inschenkt uit de meegebrachte koelbox en 'en passant' in de gaten houdt of er geen zwemmers voor de boeg opduiken voelt het voor mij weer ouderwets, zo gezellig bij elkaar. Het is te lang geleden.
Ook mijn moeder is in haar element. Al kwam ze deze morgen in Groningen door het warme weer moeilijk op gang en stribbelde haar zwakke hart wat tegen, ze heeft zich vermand om hier nu toch te kunnen zijn. Immers, ze heeft al zo lang moeten wachten. Eindelijk kan ze na al die tijd haar kleinkinderen die over ver wonen weer in haar armen sluiten, grapjes met ze maken en een paar dagen met ze doorbrengen.
Het doet me goed haar zo te zien. Sinds ze door haar gezondheid niet meer in staat is om, zoals ze dat jaren deed, naar warme contreien te reizen om mijn zusje en haar gezin te bezoeken, lijkt het of de contacten, die zich nu uitsluitend in Nederland afspelen, intensiever en emotioneler worden en het afscheid steeds zwaarder valt, ook omdat bij haar de jaren inmiddels zijn gaan tellen. Soms voel ik me op zulke momenten een indringer in een wereld die voor deze korte periode heel even van hun vijven is.
Tegelijkertijd probeer ik me in de opmaat naar mijn omaschap voor te stellen wat voor explosie van gevoel er door een moeder heen gaat als ze het kind van haar kind in haar armen houdt. 

maandag 28 juli 2014

De Kaephesten (Terhorne jaren 80)



"Wie let even op het roer, ik ben vergeten mijn schoenen aan te doen."
Of  "Anne, heb jij mijn lange broek wel meegenomen?" Als de Kaephesten was losgegooid betekende dat in de verste verte nog niet dat alles aan boord bij de familie Leusink op orde was. Het gebeurde dan ook regelmatig dat er, nadat het schip een meter of wat van de wal af was, alweer rechtsomkeer gemaakt moest worden omdat, de hond nog aangelijnd aan de steiger stond te blaffen, de tas met sherry, worst en kaas in de haast was vergeten, of omdat er toch nog wat verstekelingen wilden inschepen. 
Maar hoe dan ook, het was altijd een dolle boel als de Kaephesten met veel kabaal en met de nodige jongelui aan boord uitvoer en oom Jan nog een paar ferme stoten op de scheepstoeter gaf ten teken dat ze nu eindelijk vertrokken. 
Al varend op de motor werd als eerste de fok gehesen en voordat we de Heerenzijl brug in het vizier kregen waren er al de nodige flessen ontkurkt, galmde muziek over het water en stond het tuig erop. Niet dat er erg veel naar het vaantje of de zeilen werd gekeken. Af en toe hoorde je wat geklapper en dan werd er een ruk aan de schoot gegeven. Het bonte gezelschap was van het voordek tot de achterplecht veel te druk met moppen tappen en gekkigheid terwijl de houten snijplanken met kaas en worst van hand tot hand gingen en er luidkeels met de muziek uit de luidsprekers werd meegezongen. Naar elk passerend bootje werd uitbundig gegroet en de op het dek gevallen stukjes worst en kaas werden lachend aan de eenden gevoerd. Vaak gingen we op de harde zandgrond vlak voor de strandcamping ook nog even voor anker om met zijn allen te zwemmen en te keten om vervolgens na uren van uitgelatenheid, ruim na etenstijd, als er in de caravans van onze ouders een kouwe prak op ons stond te wachten, weer aan te leggen aan de Poelcamping. 
Zo hebben we heel wat uurtjes doorgebracht op de Kaephesten. En het gekke is dat nu, jaren later, het besef pas tot me doordringt dat het stuk voor stuk momenten waren met een gouden randje.   

zondag 27 juli 2014

Melancholie (jaren 50 - 2014)



"Toen waren we verloofd."
Ze legt de foto langzaam terug op de stapel en wendt haar hoofd af. Voor haar raam steekt een buurvrouw de hand op, maar ze ziet het niet. Haar ogen kijken naar binnen. Wat zal er door haar heen gaan bij het zien van deze foto vraag ik me af. Wellicht een leven in vogelvlucht. Zal ze stilstaan bij de pieken, of komen juist de dalen als eerste in haar op? Zal ze hem ondanks alles dankbaar zijn voor de kinderen die ze samen kregen en die zij in haar eentje door moeilijke tijden loodste, zal ze spijt hebben van keuzes die ze maakte of overheerst na al die jaren toch de berusting over hoe het is gelopen? Ik ben er nog niet achter.
Levenslust is wat ik hier lees in hun ogen. En als ik de verhalen van vroeger mag geloven hebben ze ook veel gelachen met elkaar, heel veel gelachen. Eigenlijk zijn ze nooit in staat gebleken de ander helemaal los te laten, ook al willen ze dat nog steeds niet toegeven en ook al doen ze nog zo hun best. En het gaat ook niet meer lukken vrees ik, want ze zijn nu respectievelijk 77 en 84 jaar. En dan te bedenken dat ze elkaar al in geen jaren meer hebben gezien of gesproken.  
"Hoe is het met mama, kan ze het het beetje volhouden met deze hitte?" hoor ik dezer dagen regelmatig als ik bij mijn vader ben en hij rechtop zit in het ziekenhuisbed voor het achterraam. En als ik mijn moeder aan de telefoon heb kun je er de donder op zeggen dat ze op enig moment vraagt "Is papa alweer naar het ziekenhuis geweest en wat zeiden ze?"
Mijn ouders, ik zal ze nooit helemaal kunnen doorgronden, maar ik hou het erop dat ze, net als ik, een product zijn van hun tijd, hun generatie. 
En toch, nog zoveel vragen om te stellen, wijsheden om te ontfutselen, levenslessen om door te geven, nu de tijd door onze vingers glijdt als korrels door een zandloper....


  


zaterdag 26 juli 2014

Elk leven een monument (1927 - 2014)



Achter het raam van de voordeur zie ik langzaam een schim naderen. 
Terwijl ik sta te wachten werp ik een blik om me heen. De grote iepenboom in de voortuin van het robuuste rietgedekte huis werpt een schaduw over het tuinpad, een kleine kat zit op de stoep, de postbode zet zijn fiets tegen de haag aan de overkant.
Als de deur ontgrendeld is verschijnt er een hoofd om de hoek. "Oh bent u alweer terug van vakantie, de vrouw is binnen, wat is het warm he?"
In het halletje ruikt het naar kamfer, boeken liggen slordig opgestapeld op een ouderwets rieten stoeltje waarvan het dekje de last bijna niet meer kan dragen, schilderijen met tafereeltjes van weleer sieren de wanden. Als ik doorloop en de kamerdeur die op een kiertje staat openduw zie ik haar al zitten op de crapaud, rechts van haar een tafeltje met een glaasje water, een tubetje handcrème en wat zakdoekjes, links haar stok binnen handbereik. De fragiele dame met de heldere ogen komt half overeind, reikt me haar zachte bleke hand ter begroeting en zakt dan weer langzaam terug op haar kussen. "Hoe is het met uw vader, had u een leuke vakantie?" Op de tafel liggen grote en kleine, dikke en dunne fotoalbums waar her en der gele briefjes uitsteken, schilderijtjes van voorouders staan rechtop tussen de vaas bloemen en het dienblad met de kopjes thee en het bakje suikerklontjes. "Mijn dochter haalt er zo nog even wat lekkers bij" zeg ze, terwijl ze vooroverbuigt en een foto van tafel pakt en mij aanreikt. "U had gevraagd om foto's te verzamelen en ik wilde u deze zo graag laten zien. We hebben hem eindelijk gevonden. Dit is mijn ouderlijk huis in Zwaagwesteinde, daar ben ik geboren in 1927. Het staat er nog steeds, Voorstraat 38" zegt ze trots, "en kijk dit is mijn moeder". Ze veegt met haar vinger over de verkleurde en beduimelde foto, haar gedachten gaan zichtbaar terug in de tijd. Haar ogen staan vol liefde. 
Vijf lange gesprekken hebben we inmiddels gevoerd waarin ze haar herinneringen met me heeft gedeeld. Ik verbaas me er telkens weer over hoe veel oude mensen nog weten over hun prilste jeugd, de band met hun ouders, hun rol binnen de vaak grote gezinnen en bovenal hoe leuk ze het vinden om erover te praten en die tijd te herbeleven. Ik laat me graag loom meevoeren met de stroom van hun herinneringen. 
Het zijn de momenten dat ik besef dat een luisterend oor en een geduldige pen van elk levensverhaal een monument kunnen maken.        

vrijdag 25 juli 2014

Zeilen leren (Terhorne jaren 70)




We leerden allemaal zeilen in die tijd.
Sommigen van ons op de zeilschool, anderen stonden onder het strakke regiem van hun vader en weer anderen kregen het op de camping spelenderwijs mee van vriendjes en vriendinnetjes. Aan de steiger en op de wal lagen die eerste jaren de meest uiteenlopende zeilboten. Rene en Paul begonnen met een polyester Pacer, Peter Veer kon je uittekenen in zijn Piraatje (met fok!), de Hollanders zworen bij hun Top 3 en Annelies en Ton deden (weliswaar zeer kortstondig) een poging met hun Leukothea. Siets, Jacob en Hans bleven jaren trouw aan hun Flitsjes, en ikzelf ben eigenlijk nooit van de Schakel afgestapt. 
We oefenden ons eerste aanleggen met behulp van stootboeien die, verzwaard met een anker, op de poel werden gedropt. Als ons dat lukte mochten we het voorzichtig 'voor de echie' proberen aan de steiger, en dan was er altijd wel iemand die riep "er moet een eitje tussen kunnen!". Door iedere dag en bij elke windkracht het water op te gaan werden we meesters in het herkennen van schrale vlagen, poesters en trekwalletjes, en maakten we ons het spel tussen wind en zeilen al snel eigen. 
De jonge recreatieve zeilertjes ontwikkelden zich gaandeweg tot wedstrijdzeilers, er kwamen boten met meetbrieven en we gingen de competitie aan met elkaar en met anderen. Eerst schoorvoetend tijdens de kneuterige wedstrijden van de plaatselijke zeilvereniging 'Onder Ons' die werden gehouden op ons 'thuiswater', maar later durfden we het ook aan om ons in te schrijven voor grotere evenementen, zoals de Schildweek en de Sneekweek. 's Avonds in mijn tentje bladerde ik verwoed door het kleine witte reglementenboekje en nam me voor te schreeuwen bij de boei, zoals mijn vader ons steevast inprentte.
Het duurde niet lang of we gingen prijzen winnen en kwamen dan na afloop van de wedstrijd zo trots als een pauw terug op de camping met kristallen asbakken, ingegraveerde bekers en Hindelooper schilderkunst. Het maakte de band binnen de groep op 'Oan e Poel' alleen maar sterker. 
Toen Peter en Valerie met de 'Sjoch Ut' de Sneekweek wonnen in Flitsklasse B waren we dan ook allemaal door het dolle heen en was het nog lang onrustig op de camping.....  

donderdag 24 juli 2014

23 juli 2014




Beelden
die schuren
door je ziel,
harte erosie
door tranen

verdriet
van anderen
zo dichtbij,
je kunt het
haast voelen
en raken.


Annet 





woensdag 23 juli 2014

Een mooie dag (pap 2014)



"Ik heb echt genoten op het water, het was heerlijk!"
De bleke gestalte op de achterbank van de sloep gaat met behulp van zijn stok staan en neemt de omgeving in zich op terwijl de zon zijn grauwe gezicht verlicht. "Wat kosten die huisjes hier eigenlijk?" vraagt ie happend naar adem en al wiebelend op weg naar het opstapje. "Pap, lullen en poetsen, stap eerst maar uit!" zeggen wij in koor, klaar om hem op te vangen als ie valt. "Jamie, weet jij de mastworp wel?" vraagt ie al hangend tussen hemel en aarde, met zijn stok bengelend om zijn pols, aan zijn kleinzoon die bezig is de boot vast te leggen."Die heb ik vroeger aan je moeder en je tante geleerd", vervolgt hij triomfantelijk terwijl we hem ondersteunen bij het op de wal stappen en hem begeleiden naar het terras waar een lounge bank voor hem klaar staat en waar hij, eenmaal neergestreken, zorgvuldig wordt ingesmeerd met zonnebrandcrème.   
Het blijft raar hem zo bleek en kwetsbaar te zien. Mijn vader die zomers altijd een diepbruine huidskleur had, de grapjesmaker, de zeebonk, de avonturier, hij die zo sterk was als een beer. Iets in zijn ogen verraadt de Pietje Bell van toen, iets in zijn blik is nog steeds ondeugend, iets in zijn houding straalt nog immer de autoriteit uit die hij was. "Volgende week ga ik die Bloempot eens de oren wassen!" zegt ie boos na het nippen aan een glas water. "Pap, die huisarts heet Bloemberg en geen Bloempot" corrigeer ik voorzichtig. "Hij heeft niet eens een titel!" moppert hij door. "Laten we maar gaan pap, het is al vijf uur, ik rij de auto voor" en ik maak aanstalten om op te staan. "Eerst nog even een foto van ons drietjes" zegt ie en hij trekt zijn beide dochters naast zich op de bank en slaat omslachtig een arm om ons heen. Ik realiseer me opeens dat het tientallen jaren geleden is dat wij met zijn drieën op de foto stonden. 
Als ik hem thuis breng en hij weer op zijn vertrouwde stekje zit, zijn stok veilig aan de stoel hangt en zijn leesbril binnen handbereik ligt zegt ie zachtjes "morgen om 11 uur in het ziekenhuis, voor die foto,  je blijft er wel bij he".