"Een beetje rust zou je geen kwaad doen, er is wel erg veel gebeurd hè, het afgelopen jaar".
De huisarts zit tegenover me. Het is dezelfde huisarts met wie mijn zusje en ik de laatste uren van mijn vader's leven hebben horen wegtikken. En dat schept een band. Elke keer als ik hem zie komen die intense momenten terug. We lezen ze in elkaars ogen, we voelen ze in de warme handdruk. Er gaat geen bezoek voorbij of hij haalt een van mijn vaders gevleugelde uitspraken aan, altijd gevolgd door "het was een bijzondere man". Zo ook dit keer.
Nadat ik met een receptje bij de apotheek wat tabletjes heb gehaald kruip ik meteen thuis enthousiast achter de computer en reserveer een sta-plaats voor de hele maand juni op mijn vertrouwde Strandcamping in Terhorne. Ja, ik heb er echt zin in.
"Graag mijn vaste plekje aan het water, dan kan ik komen en gaan wanneer ik wil, want ik moet er even uit van de dokter" meld ik in mijn boekings mailtje.
Ik haal een hele bult ultra dikke tentrubbers en houten haringen bij de kampeerzaak verderop in de straat, schaf voor de meuk een oh zo handige schuurtent aan en zet samen met lief op de camping de hele handel, naar ons idee, orkaanvast, zodat ik vanaf dat moment elke mooie dag van de week een paar uurtjes de voorgeschreven rust kan omarmen aan de rand van het Sneekermeer.
Ik zie het in gedachten al helemaal voor me, boekje mee, muziekje, telefoon uit, kopje koffie, wie doet me wat. Na een paar uurtjes rij ik gewoon weer naar huis. Dat was tenminste het plan....
Echter, na het auto akkefietje in Groningen, met James, ging ik de week erna naar een plaatselijke garage, met de mededeling "dat mannetje van de Wegenwacht zei dat u even moest kijken naar de ventilator, want die hapert." Inmiddels zijn we ruim twee week verder en nog steeds heb ik mijn auto niet terug.
Rustmomenten heb ik nog niet veel gehad. Door de storm van vorige week is mijn spiksplinternieuwe schuurtent de eerste de beste dag al ingewaaid en ligt ie bij het naaiatelier van de kampeerzaak. Verder ben ik mijn caravan noodgedwongen maar als schuur gaan gebruiken, want waar moet ik anders met alle spullen uit de ingewaaide schuurtent heen? De open luifel is geen optie.
Het hele rustgebeuren schiet totaal zijn doel voorbij. Als ik in Terhorne dezer dagen aankom met de leenauto, die ik de tweede week godzijdank mee kreeg, moet ik eerst polstokhoogspringen over de meuk in de caravan en alvorens ik ueberhaupt met een boekje zit ben ik dik een uur verder, gehavend aan benen en armen door het gewurm tussen de hoog opgestapelde, veelal scherpe spullen door. Het koffiezet apparaat is onbereikbaar geworden en het matras van de ligstoel is onvindbaar. Nee, rust is anders.
De motor van mijn eigen auto is ondertussen, vergezeld van de verbale binnenkomer van de garagehouder "ik heb een beroerd bericht voor u" helemaal uitelkaar gehaald, en na reparatie van het een en ander weer inelkaar gezet om vervolgens vandaag wederom op de slachtbank te worden gelegd want, "het is nog steeds niet goed, ik haal hem er weer uit, want u moet wel veilig op vakantie...".
"Gelukkig heb ik uw leenautootje nog" bracht ik gistermiddag na deze nieuwe onheilstijding met moeite uit. "Oh ja, dat is ook nog even een dingetje mevrouw, die moeten we morgenochtend om 08.30 uur trouwens weer terughebben.........".
Hoezo, rust....... schiet mij maar lek!
Annet
Ouder en kind
puur en volkomen
emotie verbindt
uitkomen van dromen
ouder en kind
maakt levenslang kwetsbaar
van zorgzaamheid blind
om het grote gevaar
ouder en kind
laat lachen en huilen
laat dansen en schuilen
vanaf het begin.
Annet
In je ogen
zie ik de zon
horizon
pak me zon
maak me
wakker zon
warm me
en omarm me
zon
verbaas me en
verwonder zon
die me raakt
waar niemand
komen kon.
Oma
De kerkklok
de brug
de pier
en de poel
't eiland
de steiger
de praam
en de kroeg
het leidt
naar het hart
van een vrouw
in de vijftig
die ooit
aan haar vader
een zeilboot vroeg.
Annet
We hadden
de spanning
onder de knie
we wisten weer
wie we waren
nu kruipen
de dagen
naar 'n check moment
en huiveren wij
omdat het niet went.
Mama
"Wat doen we vanavond met eten?"
Lief en ik liggen loom onderuitgezakt voor de caravan op wat wij al jaren "het bankstel" noemen. Een van de 15 jaar geleden uit Canada meegeleurde opvouwbare zitgedrochten dat er niet uitziet, maar heerlijk zit en - niet onbelangrijk - een koffie-/bierglasuitsparing ergens in het midden heeft.
Lucinde zit in de caravan op de I-pad een smurfendorp te bouwen en heeft net, middels haar hoofd door het openstaande badkamerraampje te steken gemeld dat haar 'moestuinsmurfen' over een uur weer meloenen kunnen oogsten. Lief en ik kijken elkaar aan, met een blik van "wij vinden het best' en doen geen enkele poging het virtuele gebeuren dat zich in de caravan afspeelt ook maar enigszins te begrijpen. In plaats daarvan pakken we om beurten de verrekijker en turen ingespannen naar de overkant waar vlak voor het Starteiland de schakelklasse op het punt staat te starten.
Als ik het doffe startschot hoor denk ik terug aan mijn Memosail stopwatch, de twee stoten van het tien minuten-sein, de spanning voor de start, de klapperende zeilen, en de boeg van mijn schakel die over de startlijn snijdt. Even ben ik terug in de tijd, voel ik de spetters op mijn gezicht tijdens het eerste kruisrak en de blaren in mijn handen.
"Soms wou ik dat ik weer een zeilboot had, heerlijk windje nu", mompel ik zachtjes terwijl ik de verrekijker weg leg en bedenk dat ik het met de hoofdsmurf in de caravan nog even over het avondeten moet hebben. Als ik door de kattenstaarten luidruchtig de caravan binnenstap kijkt Lucinde geïrriteerd op van haar I-pad. "Mama, nu even niet, ik moet op die meloenen wachten, en ik moet ook nog wat bomen planten". Mij ontgaat het gehele smurfenspel, maar ik ben blij dat ze zich amuseert.
Die avond stelt lief voor dat we gaan eten bij De Gouden Leeuw.
Nog steeds moet ik wennen aan die naam. Vroeger heette het restaurant bij de brug 'De Instuif'', maar sinds Terhorne tot Kameleondorp is gebombardeerd en er van heinde en verre gezinnen toestromen en door het voorheen zo knusse dorp banjeren zijn de namen uit mijn jeugd verdwenen van de gevels en hebben ze plaatsgemaakt voor namen uit de boeken van de Kameleon. Terhorne, mijn Terhorne, is een product geworden.
Soms betrap ik mezelf erop dat ik 't nog steeds heb over De Instuif en Het Schippershuis, vertel ik over bar/dancing De Kajuit, de broeierige uurtjes waarin het bier rijkelijk vloeide, het ieniemienie dansvloertje dat avond na avond overbevolkt was en de polonaise die met grote regelmaat via de garderobe illegaal doorslingerde in de donkere eetzaal van het aangrenzende pand, dit tot grote ergernis van de eigenaar.
Als ik tegenwoordig in de pizzeria zit die nu al een aantal jaren op deze herinneringsvolle plek is gevestigd, is het net of ik onze stemmen nog hoor, ons gestamp op de dansvloer, onze grappen, onze grollen, "the Rivers of Babylon" onder de draaiende spiegelbol.
Als ons die avond een tafel wordt aangewezen en ik toevallig de alom bekende groene koumelker in het vizier krijg kan ik het niet nalaten om tijdens de maaltijd een aantal hilarische waterdropping avonturen uit mijn kleurrijke verleden in Terhorne ten tonele te voeren.
Annet
Het is 09.00 uur in Heerenveen en 'huisje weltevree' is al een tijdje in vol bedrijf.
Kleine James ligt te kraaien in de box.
Nadat hij vorige week dinsdagavond, na kort overleg, "mama, ergens tussen Heerenveen en Haarlem", uiteindelijk op de parkeerplaats van Mac Donalds in Lelystad, met zijn hele hebben en houwen voor een paar daagjes aan mijn zorg werd toevertrouwd, "mama dan kan ik mijn scriptie afronden", is de knop hier thuis weer omgezet en zitten we met zijn drietjes in de inmiddels bekende babymodus.
Deze dag wil ik een onverwacht bezoekje brengen aan mijn moeder in Groningen.
Terwijl mijn zeven maanden oude kleinzoon alle speeltjes met een zwaai uit de box jonast, vul ik een tas met luiers, doekjes, flesje, hapje, eierkoeken, lange vingers, speelgoed en slabbetjes. Ik denk terug aan vroeger, toen ik als moeder van mijn eerste kindje op ons flatje in Amsterdam Zuidoost aan het redderen was en het valt me op dat ik de oude automatismen moeiteloos weer oppak. Een moeder blijft een moeder en de stap naar 'oma' is miniem.
Als ik met veel kunst- en vliegwerk het onderstel van de moderne kinderwagen dan eindelijk in de achterbak van mijn auto heb gedrukt, en James al trappelend in de maxi cosi klem heb gezet in de achterbankgordel rijd ik met het zweet in mijn nek de oprit af. Bij de eerste de beste bocht ligt James al zoet te slapen en geef ik gauw nog even een zachte aai over zijn mollige handje.
Ja hoor, heb ik weer, na 40 minuten, op het Julianaplein voor Groningen beland ik in een joekel van een file die muurvast staat. Wat blijkt, de stoplichten doen het niet meer en een paar in de haast opgetrommelde agenten met gele hesjes doen tevergeefs een verwoede poging de enorme verkeersstroom te bedwingen.
Schuin achter mij in de auto begint James wakker te worden en geluid te produceren. Ook ruik ik een vieze broek. Tot overmaat van ramp gaat er op mijn dashboard een rood lampje branden en klinkt er een alarmgeluidje. 1 blik zegt mij genoeg. Mijn motor is oververhit en het wijzertje slaat ver boven het rode vlakje uit. James op de achterbank zet inmiddels een enorme keel op.
Ik wurm als een soort van slangenmens een speentje op de plek waarvan ik denk dat zijn mondje zit, maar wat ik niet zeker weet omdat ik bij het wegrijden uit Heerenveen het flexibele zonnescherm over hem heb heengetrokken en zijn snuitje daarmee aan mijn gezichtsveld heb onttrokken.
Ik begin het ondertussen aardig warm te krijgen en druk mijn alarmlichten aan. Zodra ik mogelijkerwijs kan rijden ga ik stapvoets naar de eerste de beste afslag. Daar bel ik de wegenwacht die mij adviseert geen meter verder te rijden en die mij in de auto wil laten wachten tot er een mannetje komt.
"Maar ik heb een baby aan boord, die huilt, een vieze broek heeft en een fles moet!" pruttel ik terwijl ik achterstevoren in mijn stoel zit en met 1 hand het zonnescherm los maak zodat James en ik elkaar tenminste in de ogen kunnen kijken. "Ik laat de alarmlichten wel aan en ga met de baby uit de auto en loop wel naar mijn moeder's huis. Dan moet dat mannetje mij maar weer bellen" kreun ik.
Ik haal vlak naast de rijbaan, tussen het drukke fietsverkeer, de kinderwagen uit de klep. Zet hem voor het eerst, godzijdank, in een keer goed in elkaar, gooi alle baby benodigdheden onderin, peuter vervolgens James uit de maxi cosi en zet hem in de wagen, waarna ik een trottoir zoek en koers zet richting mijn moeder's huis. Mijn paarse autootje knipperlichtend achterlatend.
Als ik na een kwartier op de bel druk, staat mijn moeder mij in de deuropening boven aan de trap uiterst verbaasd aan te staren. "Waar kom jij nu vandaan, ben je komen lopen...?
"Mam, dat is een lang verhaal, heb je koffie?"
Annet