zondag 9 maart 2014

Vader en dochter (Paterswoldsemeer 1970)




"Ik wil Annet graag het zeilen bijbrengen, ze is nu 11 jaar, wat denk je ervan als we eens een zeilboot gaan kopen?"
Mijn vader legt de krant waarin hij aan het lezen is weg en vraagt subtiel de aandacht van mijn moeder die niet anders weet dan dat we onze vakanties nu al jaren op camping Duinoord in Nes op Ameland doorbrengen. We vermaken ons er allemaal prima, mijn zusje en ik ravotten er met de buurkinderen in de duinen, bouwen samen met onze vaders grote vliegers voor de wekelijkse vliegerwedstrijd op het strand, en ook zij en mijn vader hebben er gedurende de afgelopen jaren een gezellige vriendenkring opgebouwd. 
Toch heeft ze in haar hart altijd geweten dat er een moment zou komen dat hij zijn diepgewortelde liefde voor het zeilen aan zijn dochters zou willen overdragen. Het bleef voor hem een niet te stuiten 'urge'. Wellicht was nu het moment gekomen. 
Ze kijkt hem aan, terwijl hij in gedachten teruggaat naar zijn eigen jeugd, toen hij als klein jongetje met vallen en opstaan leerde zeilen in een overnaads bootje op het vertrouwde Paterswoldsemeer onder de rook van de stad Groningen. Hij was kind aan huis bij het meer, op de motorboot van zijn ouders, bij de zomerverblijven, in de botenhuizen. Als hij niet in zijn zeilbootje op het meer zat dan haalde hij wel kattenkwaad uit op de wal, hij kende de omgeving rond het meer op zijn duimpje, de werf, de loodsen, de steigers en de mensen. 
Als ze allebei hun gedachten loslaten en terugkeren naar het heden, kijken ze elkaar aan. Zij knikt en weet dat Ameland vanaf dat moment een mooie herinnering wordt. 
Toen ik met mijn vader voor het eerst in onze groene schakel, nummer 553, op het Paterswoldsemeer zeilde vond ik het doodeng. Mijn evenwichtsorgaan draaide overuren bij het scheef gaan en ik raakte constant verstrikt in al die 'touwen' op de grond. "Dat heten 'schoten'" zei mijn vader dan. Als we overstag moesten jammerde ik "papa, ik zit net aan deze kant, waarom moet ik nu weer naar die andere kant?". Maar toen we na afloop van onze allereerste zeilpartij samen over de krakende steigers liepen en hij talloze anekdotes vertelde over het zeilen, de twee-eenheid van stuurman en fokkenist, de vriendschappen die in zijn jeugd rond het meer waren ontstaan ging ik mee in zijn verhaal en nam zijn tomeloze enthousiasme over.
In Terhorne deden we voor het eerst samen mee aan een zeilwedstrijd en gaandeweg werden wij die twee-eenheid waarover hij had gesproken, blindelings vertrouwen, op het scherpst van de snede, vader en dochter ....
  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten