zondag 2 februari 2014

Terhorne : het nachtmerrie feest van elke moeder (Sanne 2001)


Terhorne 2001
"Mama, ik weet iets heel leuks, ik hoop dat het mag!".
Sanne vliegt de keuken binnen met in haar kielzog een hele sliert giebelende meiden met wapperende haren.
Tassen en jassen worden op een hoop gesmeten en het gezelschap ploft her en der op banken en stoelen neer. Ik voel een momentje aankomen. "Nou ja, eigenlijk heb ik al tegen iedereen al gezegd dat je het goed vindt ......". Sanne waant zich zichtbaar oppermachtig. Terwijl er een lachje om haar mond speelt kijkt ze haar 'volgelingen' triomfantelijk aan. De ogen van het ploegje zevende groepers gaan enigszins bangig van mij naar Sanne en weer terug. De spanning is voelbaar. "Dat ik wat goed vind?", vraag ik ogenschijnlijk sukkelig, want Sanne trekt een gezicht en de groep kijkt gelaten voor zich uit met hier en daar een krullende mondhoek. "Nou gewoon, dat ik voor mijn verjaardag de halve klas voor een weekend in Terhorne heb uitgenodigd...". 
Niemand verroert zich, je kunt een muis horen lopen. "Jemeg, Sanne, zoiets moet je toch eerst even overleggen", breng ik krampachtig uit. "Mama doe niet zo flauw, iedereen neemt een tent mee en Maartje heeft zelfs nog een legertent, en het wordt dit weekend mooi weer, en iedereen heeft er zin in", ratelt Sanne aan een stuk door. Mijn hersenen tollen. Ik neem even een hap lucht. "Om wat voor aantal gaat het?" pers ik eruit ten overstaan van de zwijgende groep. "Jongens met hoeveel zijn we eigenlijk als iedereen komt!", Sanne voelt instinctief dat mijn capitulatie ophanden is. Iedereen begint wat te roepen en ik distilleer daaruit dat er rond de dertien kinderen inmiddels uitgenodigd zijn om op de camping te komen bivakkeren. 
We leuren ons de dagen erop ongans aan voedsel, drinken, fruit  en andere meuk. Als die vrijdag de meute in konvooi toeterend met ouders het veld op rijdt, kan het feest beginnen. Op het middenveld wordt met tentstokken gejongleerd, er vliegt snoep door de lucht, luchtbedden worden uitgevouwen en pompen worden gepakt. Als het een tijdje later opeens akelig stil is op het terrein achter mij waag ik een kijkje te nemen. Uit de chaos van tentdoek en stokken op de grond, onopgepompte luchtbedden en rondslingerende kledingstukken maak ik op dat de hele zooi onverrichter zake is vertrokken, waarschijnlijk richting de steiger om te gaan zwemmen.  
Als tegen het invallen van de duisternis alle tenten, met lichte dwang en hulp onzerzijds, eindelijk overeind staan, de opgelaaide ruzietjes zijn gesust en iedereen een slaapplek heeft bemachtigd, kan ik geen pap meer zeggen. Terwijl ik die nacht als een blok beton in slaap val zien de tijdelijke tentbewoners kans om de hele boel op de kop te zetten en ervoor te zorgen dat de vaste kampeerders geen oog dicht doen. De volgende ochtend word ik in alle vroegte uit bed getrommeld en bij de campingleiding op het matje geroepen wegens het nachtelijk wangedrag van de groep logees. 
Sanne vatte het die zondagavond zeer treffend samen :
"Mama, dat doe je zeker nooit weer....." 
Waarvan akte.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten